Categorieën
Artikelen

Jutten voor het milieu

Koffie zit er vandaag niet in. Het oude strandpaviljoen van West aan Zee worstelt eenzaam met de stevige noordenwind. Het strand is uitgestorven, op één figuur na. Gewapend met de kenmerkende blauwe vuilniszak is hij op zoek naar de schatten van de noordwesterwind. Het strand is het schoonste dat het geweest is sinds de containerramp van de MSC Zoe.  
 
“Als je iets niet ziet, betekent het niet dat het er niet is”, vertelt Guus Schweigmann met een Rotterdamse tongval. Hij leerde die les veertig jaar geleden al aan de hand van een simpel voorbeeld. Pak bijvoorbeeld twee glazen water. Je kunt uit beide drinken. Gooi daarna in één van de glazen allemaal witte rotzooi. Jenever, peper, zout, azijn. Even oplossen, even roeren. Exact twee glazen water, zonder enig verschil. “Het is helder. Je ziet het niet, maar van de ene word je ziek en van de andere niet.”  
 
Microdeeltjes 
Jaren geleden ging Schweigmann op zijn eerste milieureis van Harlingen naar de Cariben. Naast het zeiljacht van de organisatie dreef een klein vlot met een steeds kleiner wordend net eraan vast. Om de paar uur werd de inhoud hiervan geleegd en bestudeerd. Het verbaasde Schweigmann toen al dat er elke keer olie in zat. Veertig jaar later organiseert Schweigmann met de non-profit organisatie De Milieujutter elke zaterdag opruimingsacties op Terschelling. De organisatie is daarmee de enige in zijn soort.  


 
Toch is Schweigmann niet geheel tevreden. “Mensen zeggen wel eens: ‘Wat zijn we goed bezig, hè?’ Maar weet je wel wie de grootste vervuilers zijn van de wereld? Mensen zeggen vaak China, maar nee, Nederland.” Hij pauzeert en laat de woorden even inwerken. “We zijn hier met zeventien miljoen mensen. Ik denk dat er per dag wel vier miljoen wastrommels gedraaid worden. We hebben allemaal fleecekleding en goedkope T-shirt, daar zit eigenlijk allemaal plastic in verwerkt. Uit elke wasmachine komen 700.000 van die kleine stukjes plastic op microniveau. De zuiveringsinstallaties zijn verouderd, dus dat wordt niet tegengehouden door filters. Met andere woorden: vier miljoen wasmachines storten maal 700.000 miljoen stukjes plastic dagelijks de Noordzee in. En dat zijn nou net de deeltjes die elk visje, van de kleinste vis tot de grootste vis, opeet.”

 


 
Plastic in de natuur 
Het venijn zit ‘m in de kleine deeltjes plastic. Gelukkig wordt er op dit moment onderzoek naar gedaan op Schiermonnikoog. Dat is een pittige klus, want de kleine korreltjes die in het zand terechtkomen, vallen bijna niet op.
 
“Wat je nu ziet, zijn microballetjes die worden gegeten door dieren”, zegt Terschellinger Arjen Bloem. “Kleine beestjes eten deze plasticdeeltjes en zij worden weer gegeten door Lepelaars en andere vogels. Dan is het een causaal verband: de bolletjes microplastic zitten in de diertjes en vervolgens gaan vogels er dood aan.” Dat bewijzen is alleen lastig. 

 

Tijdens Schweigmann’s dagelijkse rit over het strand gaat de pieper ineens af. Een wandelaar heeft een zeehond gespot op het strand vlakbij de haven. Een zieke zeehond gaat naar Pieter Buren, een dode naar Utrecht. Daar wordt op de universiteit onderzocht of er een verband is tussen het plastic en het overlijden van de zeehond.  

 
Bij aankomst steekt zijn rode jas af tegen de duinen. De zeehond is moeilijker te vinden. Eenmaal gevonden valt de lusteloze blik gelijk op. De vacht is dof en er zitten allemaal kleine wondjes op zijn huid. Het dier doet een paar pogingen te happen, het is immers wel het grootste Nederlandse roofdier, maar veel meer dan dat zit er niet in. Voorlopige conclusie: longworm.  


 
De oplossing 
Maar hoe los je dit nou op? Het lijkt een onbegonnen zaak, maar Schweigmann heeft wel een idee. “Het kwartje moet eens vallen”, moppert hij. “We hebben bij elk pakketje dat we kopen het risico dat het in zee komt. We blijven maar dingen kopen van bijvoorbeeld de Action, allemaal spul uit China en dat allemaal met kostbare, fossiele brandstoffen. Want dat is plastic. Je bent eigenlijk jezelf aan het vergiftigen.”  
 
De containers van de MSC Zoe op de gemeentewerf zijn het perfecte voorbeeld. Het grootste containerschip van de wereld verloor vorige week meerdere containers met voornamelijk plastic goederen. “We hebben nog geluk gehad dat het er 300 waren, want zo’n groot schip had er ook duizenden kunnen verliezen.” Hij wijst naar een getal op de zijkant van één van de containers, “in één container kan al dertig ton.”  
 
Gemiddeld genomen zakt vijftig procent naar de bodem. Dat was hier meer. Naar schatting liggen er voor de kust van Terschelling nog ongeveer 200 containers. Het lichtere materiaal blijft drijven. Veertig procent daarvan blijft in het water zitten en zo’n tien procent spoelt daarvan daadwerkelijk aan. “We hebben nu ruim 400 ton verzameld aan vuil op Terschelling. Met even rekenen kan je dus stellen dat er nog zo’n 4000 ton in het water ligt.”  
 
Warm hart 
Toch is er een lichtpuntje in deze strijd tegen het plastic. Met het opruimen na de containerramp gebeurde er iets bijzonders. “We hebben hier ongeveer 150 jeeps op het eiland. Al die auto’s en personenauto’s gingen met aanhangwagens het strand op. Het was een gekkenhuis. Mensen gingen zelfs bovenop een container zitten en riepen: ‘Dit is mijn container!’”, zegt Schweigmann. Iedereen ging op zoek naar mooie spullen om mee naar huis te nemen. “Een dag later deden we een oproep: ‘Nou jongens, het is leuk graaien, maar help ook even mee.’ Alle toeristen en eilanders hielpen supergoed onder het mom van: Dit is ons probleem, en dit lossen we samen wel even op.”  
 
 
 Spelregels van het jutten:  

In principe moeten alle waardevolle strandvonden aangegeven worden bij de burgermeester. Mocht een eigenaar zich melden, dan mag hij zijn aangestrande spullen ophalen. De jutter krijgt dan een vindersloon. In de praktijk gaat dat vaak anders. “Een Eilander denkt vaak: ‘Niks zeggen en mooi thuis’”, zegt Schweigmann. “Er zijn hele boerderijen hier gebouwd van aangespoeld hout.”  

In het geval van de MSC Zoe heeft de Terschellingse Burgermeester Bert Wassink gezegd dat de spullen geen waarde meer hebben. Wie wil er nou technologie dat heeft liggen weken in zout water? Je mag je gevonden IKEA-krukje dus gewoon meenemen, als het maar van het strand af is. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *